Op 30 december 2015 hebben Nynke en ik onze kat Willem (of Wimpie, waar hij vooral naar luisterde) laten inslapen. Je hoort dan te zeggen dat het vredig gebeurde, maar het ging vooral snel.

Hoewel we vanaf augustus wisten dat Willem nierziekte had en dat hij dus geen jaren meer te gaan had, dachten we toch dat hij nog wel even mee kon. Op zijn hele ziekteverloop was geen peil te trekken. Steeds als we dachten dat we een patroon hadden ontdekt, veranderde het weer. Zo onverwacht kwam dus ook het moment waarop we met hem op pad ging naar de dierenarts, voor een laatste keer.

Beklonken
Willem kwam bij me op 9 augustus 2006. Ik was net verhuisd van een studentenkamer naar mijn eerste echte huis met tuin. Daar wilde ik een kat bij. Samen met mijn toenmalige geliefde, Eefje, en vriendin Arianne ging ik naar het dierenasiel in Winschoten. Bij binnenkomst in het eerste kattenvertrek zag ik Willem meteen zitten. Hij zat op een aanrecht  en reageerde enthousiast op mijn geaai. Hij begon hard te spinnen en rake kopjes uit te delen.
Hij zat daar mooi boven op dat aanrecht, hoog boven de andere katten. Dat typeerde Willems karakter misschien meteen wel. Hij deed wat hij wilde en keek graag van een afstandje de bekende kat uit de boom. Eefje en Arianne vonden dat ik nog verder moest kijken en andere katten in het asiel ook een kans moest geven, maar ik wist het meteen: die rood-witte gaat met me mee.
Toen ik de formaliteiten had afgehandeld en het reismandje op het aanrecht zette voor Willem, stapte hij zonder aarzelen in. Het was beklonken.

Op schoot
Meteen de eerste nacht kwam Willem bij me op bed slapen. Hij wilde kennelijk dicht bij me zijn. Op schoot kwam hij pas na een week of twee. De ‘verloren’ tijd van die eerste twee weken heeft hij later ruimschoots ingehaald. Ik hoefde maar te gaan zitten, of hij sprong op mijn schoot. Ook als het me soms helemaal niet uitkwam.

Stofzuiger
In de loop van de jaren heeft Willem steeds meer vertrouwen gekregen en is hij zich steeds meer op zijn gemak gaan voelen. Hij voelde zich veilig bij mij en in ons huis. De eerste jaren was hij vaak nog bang als er bezoek was. Soms kroop hij onder een stoel. Maar naarmate de jaren verstreken, hoe minder hij zich wat aantrok van de dingen die in ons huis gebeurden. Alleen zijn angst voor de stofzuiger is nooit verdwenen, maar dat schijnt ‘kat eigen’ te zijn.

Gezelligheid
Willem hield van gezelligheid. Hij was eigenlijk altijd overal waar ik was. Zelfs als de tuin met mijn verjaardag vol met mensen zat, was Willem ergens in de buurt of liep hij af en toe onder de benen door. Als Nynke en ik gingen eten, kwam hij vaak naast me zitten aan tafel en in bed lag hij altijd tussen mijn benen of op mijn kont.
Alleen de laatste tijd kwam hij niet meer elke nacht op bed. Als hij zich heel beroerd voelde, bleef hij in de woonkamer. Ook schoof hij niet meer elke avond aan bij het eten. Als hij geen trek had, omdat hij misselijk was, zei ik tegen hem dat het niet erg was en dat ik het wel voor hem zou bewaren. Nu staat er nog eten voor weken in de voorraadkast, maar Willem is uitgegeten.

Reservetijd is eindig
Willems negende leven was mooi en zijn einde was goed. Ik heb hem op het juiste moment laten gaan. Zijn reservetijd was op, maar die hebben we wel gehad en optimaal benut, hoewel ik soms vergat dat reservetijden ook eindig zijn.